Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
A___
Betekenissen
tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aaien
Gebruikt in een zin
“Jij aait.”
“Hij aait.”
“Mijn lichaam begint te schokken en ik huil alles eruit, terwijl mijn vader me over mijn haar aait en zegt: 'Dat zal je leren om zonder je vader op reis te gaan.'”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord0 gecureerde aanwijzingen
Nog geen gecureerde aanwijzingen voor aait.