Betekenissen
een gevoel van ontzetting en afkeer
Herkomst van het woord
In de betekenis van ‘afschuw’ voor het eerst aangetroffen in 1440
Gebruikt in een zin
“Ik keek met afgrijzen naar het gebeurde ongeval.”
“Zijn gezicht was een masker van afgrijzen.”
“' 'Waren er nog meer puppy's?' zegt Lot tegen Vincenzo, die haar vraag weer vertaalt voor de boer. Nadat de boer heeft geantwoord en Joy vol afgrijzen kijkt, zegt Vincenzo: 'Laten we maar zeggen dat ze er niet meer zijn.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Hevige afkeer”9 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
A________