Betekenissen
een persoon die iets als hobby doet, niet-beroeps vakman, niet-beroeps sporter
Herkomst van het woord
Leenwoord uit Frans amateur "een beminder" (1553), "liefhebber"
Gebruikt in een zin
“De amateurs mochten op zondag voetballen.”
“'Ik denk niet dat dit door een amateur is gemaakt,'zei ik.”
“Ze was modiste, maar had, behalve het hoedenmaken, nog een ander beroep - hoewel meer als amateur dan beroepshalve - en in die tijd had ze een beschermer, Jean-Baptiste Toussaint.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Liefhebber”7 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
A______