Betekenissen
iemand die gebouwen en constructies ontwerpt en de leiding neemt tijdens de bouw ervan
Herkomst van het woord
via Frans architecte of direct via Latijn architectus van Oudgrieks ἀρχιτέκτων (architéktoon) "bouwmeester", in de betekenis van ‘bouwmeester’ aangetroffen vanaf 1553
Gebruikt in een zin
“De architect voelde zich meer een kunstenaar dan een technicus.”
“Salomé Abergel was de dochter van Lévy Abergel, een architect die een aantal overheidsgebouwen had ontworpen en met zijn tweede gezin het land was ontvlucht - waarheen wisten ze niet.”
“De epidemioloog en architect achter de omstreden Zweedse corona-aanpak zegt dat er in zijn land meer gedaan had moeten worden om het virus aan het begin van de uitbraak te beteugelen.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Bouwtekenaar”9 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
A________