Betekenissen
toehoorder, iemand die lessen volgt maar geen examen aflegt
Herkomst van het woord
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘toehoorder’ voor het eerst aangetroffen in 1650
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Luisterend publiek”7 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
A______