Betekenissen
Werkplaats of winkel waar brood en gebak worden gemaakt of verkocht.
Herkomst van het woord
Naamwoord van handeling van bakken met het achtervoegsel -erij
Gebruikt in een zin
“Ik moet nog even naar de bakkerij.”
“Op de Haarlemmerdijk loopt hij de bakkerij in en bestelt een cappuccino en een koffiebroodje dat hij op een bankje voor de zaak eet.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord2 gecureerde aanwijzingen
01“Broodwinkel”8 letters
02“Broodzaak”8 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
B_______