Betekenissen
Persoon die financiële diensten verleent.
Herkomst van het woord
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘hoofd van bank, geldhandelaar’ voor het eerst aangetroffen in 1451
Gebruikt in een zin
“Oud-bankiers eisen indexatie pensioen (€500.000 tot €1 miljoen per ex-bankier)”
“Britse commissie wil roekeloze bankiers opsluiten.”
“Ierse centrale bankier geeft toe: crisis veroorzaakt door hebzucht”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord2 gecureerde aanwijzingen
01“Geldbeheerder”7 letters
02“Geldhandelaar”7 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
B______