Betekenissen
Luid klinken of galmen, vooral van klokken.
Herkomst van het woord
In de betekenis van ‘luiden’ voor het eerst aangetroffen in 1373
Gebruikt in een zin
“Toen begonnen de klokken van de Gedächtniskirche te beieren. „Gaan die altijd zo hard?, vroeg ik die vrouw. Ja, dat was zo, want er begon een dienst. Daar ben ik toen naartoe gegaan.” De vrachtwagen miste hem daardoor.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Klokken luiden”7 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
B______