Betekenissen
een christelijke geestelijke die aan het hoofd staat van een bisdom
Herkomst van het woord
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘priester van de hoogste rang’ voor het eerst aangetroffen in 901
Gebruikt in een zin
“Hij is al jaren een residerende bisschop.”
“Het tekent Erasmus' grote reputatie, dat nadat Engeland de rooms-katholieke kerk had verlaten, de eerste anglicaanse bisschop van Canterbury, Thomas Cranmer, die in 1533 aantrad, de prebende handhaafde.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord2 gecureerde aanwijzingen
01“kerkvorst”8 letters
02“Kerkelijke leider”8 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
B_______