Betekenissen
landbouwer, agrariër, landman
Herkomst van het woord
In de betekenis van ‘landbouwer’ voor het eerst aangetroffen in 1516
Gebruikt in een zin
“In Groningen wonen rijke boeren op het Hoogeland.”
“Ik ga naar de patatboer, even een vette bek halen”
“Wat is dat een lompe boer!”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Landbouwer”4 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
B___