Betekenissen
Gebogen vorm, kromme lijn of wapen voor pijlen.
Herkomst van het woord
erfwoord via Middelnederlands boge van Oudnederlands bogo, in de betekenis van ‘schiettuig voor pijlen’ aangetroffen vanaf 901, op te vatten als naamwoord van handeling van buigen
Gebruikt in een zin
“Ik boog.”
“Boog je?”
“Ik boog.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Pijlwapen”4 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
B___