Betekenissen
apparaat waarmee een signaal of een geluid sterker wordt gemaakt
Herkomst van het woord
van Engels booster zn , in de betekenis 'versterker' aangetroffen vanaf 1956 (zie vindplaats hieronder)
Gebruikt in een zin
“In dezelfde nacht zijn een radiocassettespeler en een booster met een totale waarde van ƒ600 ontvreemd uit een geparkeerde auto in de Konvooistraat.”
“Zo'n booster valt als een overbodig aanhangsel van de raket af als zijn taak volbracht is.”
“Ik booster.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Geeft extra kracht”7 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
B______