Betekenissen
iemand die garant staat voor een eventueel te betalen bedrag, de borgsteller
Herkomst van het woord
Van Middelnederlands borgh, Protogermaans *burg-. Etymologisch verwant met o.a. bergen, Oudfries borg/borgia/burgia, Engels borrow. .
Gebruikt in een zin
“Hij was bereid als borg op te treden.”
“Als je het huurhuis weer in de originele staat aflevert krijg je de borg terug.”
“Ik borg.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Garantsteller”4 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
B___