Betekenissen
kledingstuk dat het onderlichaam en beide benen, elk met een afzonderlijke pijp omhult
Herkomst van het woord
Verwant met Keltisch braca en Latijn brāca, dat in het Latijn aan het Keltisch moet zijn ontleend. Protogermaans: *brāks. Verwant met o.a. Engels bracket en Frans brague, braguette. Onduidelijk is of het woord een Keltische oorsprong heeft of een Germaanse; de betekenis zou in dat laatste geval oorspronkelijk "achterwerk/schaamstreek" zijn.
Gebruikt in een zin
“Het water werd langzaam bruin en mijn kleren weer schoon. Ik wrong alles uit en hing mijn druipende shirt, sokken en broek op het balkon.”
“Een wijde zwarte broek die onder het lopen opbolde als een matrozenbroek.”
“De rijkdom was onuitgesproken aanwezig in de snit van haar roze zijden blouse, in haar stoere broek en haar rookgerei.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Pantalon”5 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
B____