Betekenissen
Persoon die dichtbij woont.
Herkomst van het woord
In de betekenis van ‘die in de omgeving woont’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Gebruikt in een zin
“Beter een goede buur dan een verre vriend.”
“Plotseling lag ik plat op mijn rug doordat mijn buren me met een zwiep van de hooibaal hadden geduwd.”
“Ik buur.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord2 gecureerde aanwijzingen
01“Wonend naast je”4 letters
02“Omwonende”4 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
B___