Betekenissen
een lekkernij die gemaakt is van cacao, suiker en cacaoboter
Herkomst van het woord
Rechtstreekse ontlening uit het Spaans, in de betekenis van ‘drank uit cacao, versnapering’ voor het eerst aangetroffen in 1679
Gebruikt in een zin
“De chocolade is alweer op.”
“Iemand kwam hem toen vertellen dat ene Vos en een zekere Bossert ook 'met chocolade waren begonnen'.”
“Ik dwing mezelf tot kauwen en slik de chocolade door.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Cacaolekker”9 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
C________