Betekenissen
terugkerende, regelmatige reeks
Herkomst van het woord
van Latijn cyclus, in de betekenis van ‘kring, reeks’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Gebruikt in een zin
“Zomer, herfst, winter en lente vormden de cyclus van het jaar.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Ronde reeks”6 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
C_____