Betekenissen
een Nederlandse munt van vóór het begin van de negentiende eeuw, een honderdzestigste deel van een gulden
Herkomst van het woord
Leenwoord uit het Oudnoor(d)s, in de betekenis van ‘koperen munt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1268
Gebruikt in een zin
“Acht duiten waren een stuiver waard, maar bij de VOC gingen er maar vier in een stuiver om smokkel door zeelui te voorkomen.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Oud geldje”4 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
D___