Betekenissen
benaming voor zoogdieren uit de familie egels Erinaceidae
Herkomst van het woord
van Middelnederlands eghel in de betekenis van ‘zoogdiertje met stekels’ aangetroffen vanaf 1240, ontwikkeld uit Oergermaans *egila-, bij Indo-Europees *h₁eǵʰ-i-, net als Nedersaksisch egel, Duits Igel, Fries ychel, Litouws: ežỹs, Pools jeż, Tsjechisch jež, Oudgrieks ἐχῖνος (ekhînos) en Armeens: ոզնի (ozni)
Gebruikt in een zin
“Ik vind egels erg lief.”
“De stekels van een egel kunnen niet voorkomen dat veel egels doodgereden worden in het verkeer.”
“In Azië komen ook egels zonder stekels voor.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Stekelig zoogdier”4 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
E___