Betekenissen
team, elftal, sportploeg inclusief het benodigde hulppersoneel zoals trainers, begeleiders en verzorgers
Herkomst van het woord
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘sportploeg’ voor het eerst aangetroffen in 1929
Gebruikt in een zin
“De Nederlandse equipe heeft weer veel medailles behaald bij het WK-schaatsen.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Sportploeg”6 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
E_____