Betekenissen
tweewielig vervoermiddel dat door middel van spierkracht middels pedalen wordt voortbewogen
Herkomst van het woord
In de betekenis van ‘rijwiel’ is fiets, ook gespeld als viets, voor het eerst schriftelijk aangetroffen in de Arnhemsche Courant in 1886 , maar de term moet al zeker ca. 15 jaar daarvoor mondeling in omloop geweest zijn dan de eerste vermelding ervan in woord en geschrift. Er bestaan verschillende − allemaal onbewezen − hypotheses over diens herkomst, die al heel vroeg bediscussieerd werd (vindplaatsen zie hieronder).
Gebruikt in een zin
“De fiets is een van de populairste vervoermiddelen van de Lage Landen.”
“Onze jongens zijn beter op de hoogte en waar ’t noodig is smeden zij ze zelven, getuige de term „viets”, voor vélocipède. Is er korter, kernachtiger, schooner woord te vinden in onze taal?”
“Veel belles filles zijn er niet, die zich woensdag naar boven wagen. Zij is er wel, de jonge vrouw roept hogere machten aan als zij op haar fiets de laatste steilte ontwaart.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord2 gecureerde aanwijzingen
01“Trapvoertuig”5 letters
02“Tweewieler met trappers”5 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
F____