Betekenissen
In goede lichamelijke conditie of geschikt voor gebruik.
Herkomst van het woord
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘gezond’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1896
Gebruikt in een zin
“Hij loopt dagelijks hard om fit te zijn voor de wedstrijd.”
“Na haar genezing voelde ze zich weer fit.”
“De trail had mij in ieder geval fit gemaakt en dit wou ik thuis graag volhouden.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“In vorm”3 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
F__