Betekenissen
een afscheiding bestaande uit kreupelhout of struikgewas
Herkomst van het woord
erfwoord Ontwikkeld uit Oudgermaans *hag-, vergelijk Middelnederlands haghe, Oudnederlands haghe "omheind gebied of jachtterrein", Oudhoogduits hag "omheining, omwalling, stad", Oudengels haga "haag, omheining, omheinde ruimte", Oudnoords hagi "omheinde weide", modern Duits (Zwitserland) Häge "haag, heg", Engels haw "bes van de hagedoorn"
Gebruikt in een zin
“De route kronkelt naar beneden en eindigt in de diepte bij een haag van stillikgewas.”
“Ik fotografeerde er ook de haag aan de andere kant van de weg, waarschijnlijk de haag die in het document dat ik las werd genoemd.”
“Ze gingen naar een gebouw, waar bij binnenkomst een haag van ss'ers stond, en werden meteen naar boven gedirigeerd.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord2 gecureerde aanwijzingen
01“Rij struiken”4 letters
02“Struikenrij”4 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
H___