Betekenissen
een droge doosvrucht, die minstens driemaal zo lang als breed is, zoals bij koolzaad en pinksterbloem
Herkomst van het woord
In de betekenis van ‘type vrucht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287
Gebruikt in een zin
“Een hauw bestaat uit twee steriele en twee fertiele vruchtbladen, waarvan de bladranden van de fertiele vruchtbladen zijn vergroeid tot randstandige zaadlijsten en een hauw is daarmee tweehokkig en tweekleppig.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Lange zaaddoos”4 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
H___