Betekenissen
In slechte staat, stuk of versleten.
Herkomst van het woord
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bouwvallig, kapot’ voor het eerst aangetroffen in 1558
Gebruikt in een zin
“De relatie tussen het Nederlandse publiek en kunst is kaduuk. Dat blijkt wel uit de lauwe reactie vorig jaar op de bezuinigingen. Maar je ziet ook initiatieven die de afstand tussen publiek en kunst verkleinen.”
“De buurjongen had een hamer in het gras gegooid. Daar was de voortduwer van die groene grasmaaier mooi klaar mee: door die hamer ging de motor kaduuk.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord2 gecureerde aanwijzingen
01“Stuk en versleten”6 letters
02“Kaputt”6 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
K_____