Betekenissen
Periode waarin iemand kind is.
Herkomst van het woord
samenstelling van kind en tijd met het invoegsel -er-
Gebruikt in een zin
“Ze had haar kindertijd tenslotte in Dresden doorgebracht.”
“Beleefde ze vroeger, vóór haar achttiende, ook al zulke junimaanden? We overgieten onze kindertijd vaak met zonlicht, maar zo herinnert ze zich die jaren niet.”
“Jaloezie, meende hij, ging niet samen met echte liefde, en kon zelfs het aangaan van 'gewone' sociale relaties in de weg staan É Alle reden dus om die kwalijke toestand al in de kindertijd uit te roeien.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Jeugdjaren”10 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
K_________