Betekenissen
kleding of kledingstukken
Herkomst van het woord
samentrekking van klederen, meervoud van kleed, in de betekenis van ‘kleding’ voor het eerst aangetroffen in 1521
Gebruikt in een zin
“Jullie moeten vandaag nieuwe kleren kopen.”
“'Mam, waar heb je mijn kleren gelaten?' Nikki richt zich weer tot haar moeder.”
“Zonder een hap te eten en met mijn kleren nog aan viel ik meteen in slaap.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Wat men draagt”6 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
K_____