Betekenissen
kerkelijke bediende, die met de zorg van het kerkgebouw, en het vlot verloop van de kerkdiensten belast is
Herkomst van het woord
Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘kerkbewaarder’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1200
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord2 gecureerde aanwijzingen
01“Kerkbeheerder”6 letters
02“Kerkbediende”6 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
K_____