Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
L_____
Betekenissen
eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van leraren
Herkomst van het woord
afgeleid van leren met het achtervoegsel -aar, in de betekenis van ‘onderwijzer’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Gebruikt in een zin
“Toen Milan na vier keer vallen niet meer durfde te springen, verweet de leraar hem voor de hele klas dat hij een lafaard was.”
“Die hulp wordt geboden door een leraar of opvoeder, dat wil zeggen door een echte opvoeder.”
“De leraar wist in de moeilijke klas goed orde te houden.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord0 gecureerde aanwijzingen
Nog geen gecureerde aanwijzingen voor leraar.