Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
L___
Betekenissen
eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van luiden
Herkomst van het woord
In de betekenis van ‘hard klinkend’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285
Gebruikt in een zin
“Langzaam nam hij zijn skibril af, keek me rustig aan, draaide het gastenboek naar zich toe en riep met een luide stem door het kleine café: ‘Tim Van Gogh.”
“De chauffeurs deden hun raampjes naar beneden en stelden hun radio's op dezelfde blueszender af, de muziek schalde zo luid uit de auto's dat we bang waren opgepakt te worden wegens verstoring van de openbare orde.”
“Ik luid.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord0 gecureerde aanwijzingen
Nog geen gecureerde aanwijzingen voor luid.