Betekenissen
opening of ingang van iets
Herkomst van het woord
erfwoord via Middelnederlands mont van Oudnederlands, in de betekenis van ‘holte achter de lippen’ voor het eerst aangetroffen in 698; cognaat met Oudhoogduits mund, Oudfries mūth, Angelsaksisch mūð en Gotisch munþs
Gebruikt in een zin
“Voedsel dat we eten, gaat via de mond en de slokdarm naar de maag.”
“Iemand?' 'Dat je nooit je hand in de mond van een vis of elk ander roofdier moet steken,' mompelt Gijs met volle mond.”
“De mond van het kanon was met een extra band rondom verstevigd.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Spraakopening”4 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
M___