Betekenissen
nieuweling, noviet, rekruut, debutant, groentje, beginneling, allochtoon
Herkomst van het woord
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘nieuweling’ voor het eerst aangetroffen in 1946
Gebruikt in een zin
“De afgelopen twee jaar is de gemiddelde kale huurprijs voor nieuwkomers met 29 procent gestegen.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Net binnen”10 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
N_________