Betekenissen
Elfde maand van het jaar, tussen oktober en december.
Herkomst van het woord
van Middelnederlands november, in de betekenis van ‘elfde maand’ aangetroffen vanaf 1266; ontleend aan Latijn november "negende maand", omdat het Romeinse jaar oorspronkelijk met maart begon, zodat november de negende maand was
Gebruikt in een zin
“Op 11 november wordt in sommige streken Sint-Maarten gevierd.”
“Zo werd op een winderige dag in november een kleine magere jongen binnengelaten bij de Sint en zijn honderd Pieten.”
“De mensen die vanuit Canada vertrekken (de South Bounders, SOBO) vertrekken vaak in juni en komen begin november aan bij Mexico.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Maand voor winter”8 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
N_______