Betekenissen
weekdier uit de familie Ostreidae, gewoonlijk eetbaar, met één platte en één bolle schelp
Herkomst van het woord
via Middelnederlands oester en Latijn ostrea / ostreum van Oudgrieks ὄστρεον (óstreon) "oester, schelp", in de betekenis van ‘gewoonlijk eetbaar, tweekleppig weekdier’ aangetroffen vanaf 1287
Gebruikt in een zin
“Oesters leven op vele verschillende plekken.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Schelpdier”6 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
O_____