Betekenissen
een organisatie die zich richt op het verzorgen van radio- of televisieprogramma's
Herkomst van het woord
In de betekenis van ‘het radio- en later televisiebedrijf als geheel’ voor het eerst aangetroffen in 1922
Gebruikt in een zin
“Toeters en vlaggen: Volgens de regionale omroep RTV Oost was het ook druk in de omgeving van het stadion van de club, De Adelaarshorst. Voorbijkomende auto's toeterden erop los en mensen hingen met vlaggen uit het raam.”
“De omroep in de trein laat niets te wensen over, de berichten aan de reizigers zijn goed verstaanbaar.”
“... dat ik omroep.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Mediaclub”6 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
O_____