Betekenissen
vrouw met kleinzoon of kleindochter
Herkomst van het woord
waarschijnlijk een verbastering in (kindertaal) van grootmoeder, "otepoe"; in de betekenis van ‘grootmoeder’ aangetroffen vanaf 1902
Gebruikt in een zin
“Er bestaan veel dialectwoorden voor oma zoals bomma, memme, metje, moemoe, moeke, beppe, opoe.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Grootje”4 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
O___