Betekenissen
plat, rond baksel van luchtig beslag, meestal gemaakt van meel en eieren die in een koekenpan worden gebakken
Herkomst van het woord
van Middelnederlands pannecoeke, in de betekenis van ‘in pan gebakken plat deegproduct’ voor het eerst aangetroffen in 1280; op te vatten als samenstelling van pan zn en koek zn met het invoegsel -en- waarbij de spellingregels 2.B en 8.A van toepassing zijn
Gebruikt in een zin
“Er werden pannenkoeken gebakken.”
“Veel mensen vinden pannenkoeken heerlijk.”
“Ik bestelde een lunch bestaande uit vier dikke pannenkoeken, rijkelijk belegd met boter en ahornsiroop.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Plat baksel”10 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
P_________