Betekenissen
ambtswoning van een pastoor of predikant
Herkomst van het woord
Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘pastoorsplaats, woning van pastoor’ voor het eerst aangetroffen in 1532
Gebruikt in een zin
“Geflankeerd door de twee zussen Dekkers liep ik naar de pastorie en stil bleven we een poosje staan kijken voor het huis.”
“Op de zolder van de pastorie in Nieuwe-Tonge.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Huis bij kerk”8 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
P_______