Betekenissen
Mannelijke peetouder of doopgetuige.
Herkomst van het woord
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘principle wetmatigheid dat iedereen een te hoge functie ambieert’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1989
Gebruikt in een zin
“Peter heeft heerlijke hapjes gemaakt.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Peetvader”5 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
P____