Betekenissen
een schaakstuk dat per zet slechts één vakje vooruit kan lopen en schuin vooruit slaat
Herkomst van het woord
pión m [A]: van Frans pion, in de betekenis van ‘een schaakstuk’ aangetroffen vanaf 1824
Gebruikt in een zin
“Hij schoof zijn pion naar voren om de koning schaak te zetten.”
“Ik was slechts een pion in het spel van anderen.”
“Pionen komt in drie varianten voor: +, - en ongeladen.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Schaakstuk”4 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
P___