Betekenissen
een groep toeschouwers; groep bezoekers
Herkomst van het woord
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘openbaar’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1548
Gebruikt in een zin
“Het publiek komt niet meer bij van het lachen.”
“Nederland won uiteindelijk toch door een daverende score bij de tv-kijkers thuis. Van het publiek kreeg hij 261 punten, waarmee hij tweede werd achter Noorwegen.”
“Als de gewrichten het begeven, klinken luide knallen, tot jolijt bij het publiek.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Toeschouwers”7 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
P______