Betekenissen
aanklooien, zonder plan of doel maar wat bezig zijn
Herkomst van het woord
van Middelnederlands rommelen, klanknabootsing, verwant aan rammelen en rumoer, in de betekenis van ‘een dof geluid maken’ aangetroffen vanaf 1351
Gebruikt in een zin
“Hij rommelde wat in de schuur in afwachting van het belangrijke telefoontje.”
“Hij had jaarlijks niet meer dan 800 euro aan vaste lasten en rommelde wat aan in de bouw.”
“De donder rommelde wat in de verte.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Slordig bezig zijn”8 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
R_______