Betekenissen
Iemand die op een paard rijdt.
Herkomst van het woord
Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘paardrijder’ voor het eerst aangetroffen in 1573
Gebruikt in een zin
“De ruiter ging er in galop vandoor.”
“Je stelt de tabulator op deze schrijfmachine in door een ruitertje te plaatsen.”
“De ruitertjes op de hangmappen geven overzicht.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord2 gecureerde aanwijzingen
01“Zit te paard”6 letters
02“Paardrijder”6 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
R_____