Betekenissen
Verkoper of bewerker van vlees.
Herkomst van het woord
In de betekenis van ‘iemand die beroepsmatig dieren slacht en verhandelt’ voor het eerst aangetroffen in 1573
Gebruikt in een zin
“Hij is naar de slager voor gehakt.”
“Het dorpsplein was leeg en de luiken van het café op de hoek waren dicht; de kerk was nog steeds een zwart geraamte; de slager was gesloten; in de school en de bijgebouwen geen enkel teken van leven.”
“'Want nu verkopen we onze schilderijen om de slager te betalen.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord2 gecureerde aanwijzingen
01“Achter de vleestoog”6 letters
02“Vleesverkoper”6 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
S_____