Betekenissen
rusten met verminderd bewustzijn, meestal 's nachts.
Herkomst van het woord
erfwoord via Middelnederlands slapen van Oudnederlands slapan, in de betekenis van ‘in slaap, rust zijn’ aangetroffen vanaf 901
Gebruikt in een zin
“Zij slapen goed de laatste tijd.”
“Zij zullen met z'n allen gaan slapen in dat kleine hutje.”
“De Tweede Kamer heeft weer zitten slapen.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord2 gecureerde aanwijzingen
01“In rust zijn”6 letters
02“Nachtrust nemen”6 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
S_____