Betekenissen
iemand die in zijn of haar eentje een opvoering geeft in een deel of gedurende de gehele opvoering
Herkomst van het woord
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘die alleen uitvoert’ voor het eerst aangetroffen in 1872
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Alleenspeler”6 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
S_____