Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
S__
Betekenissen
eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van suffen
Herkomst van het woord
erfwoord: Oergermaans *sufjaz ‘slaperig’, afleiding uit het sterke ww. *sufan- ‘slapen’ (waaruit Oudnoords sofa), bij Indo-Europees *sup-e-, presensstam met nultrap van *su̯ep-, waartoe ook Hittitisch šupp(t)ari ‘slapen’ en Sanskriet svápiti ‘hij slaapt’ behoren.
Gebruikt in een zin
“Na de lange reis was hij blij zijn suffe hersenen wat rust te kunnen gunnen.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord0 gecureerde aanwijzingen
Nog geen gecureerde aanwijzingen voor suf.