Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
T___
Betekenissen
eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van timen
Gebruikt in een zin
“Ik time.”
“Time je?”
“Wie rustig van de tentoonstelling wil genieten, time zijn bezoek zorgvuldig: alleen op werkdagen heel vroeg en rond etenstijd lijkt de bezoekersstroom iets minder groot.”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord0 gecureerde aanwijzingen
Nog geen gecureerde aanwijzingen voor time.