Betekenissen
Persoon die gesproken taal vertaalt.
Herkomst van het woord
Leenwoord uit het Nederduits, in de betekenis van ‘mondeling vertaler’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477
Gebruikt in een zin
“Ik wil graag als tolk voor uw bedrijf werken.”
“Ik tolk.”
“Tolk je?”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord1 gecureerde aanwijzing
01“Vertaler”4 letters
Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
T___