Niet helemaal goed?
"Zoek vergelijkbare patronen."
T______
Betekenissen
eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tuchtigen
Herkomst van het woord
afgeleid van tucht met het achtervoegsel -ig
Gebruikt in een zin
“Ik tuchtig.”
“Tuchtig!”
“Tuchtig je?”
Bron: Wiktionary, CC BY-SA 4.0
Gebruikt als kruiswoordantwoord0 gecureerde aanwijzingen
Nog geen gecureerde aanwijzingen voor tuchtig.